ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7930
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Dwangsommen wegens niet-nakoming pensioenvoorziening vormen geen loon
Eiser was tot 1 april 2004 in dienst bij [C] B.V. en werd door een vonnis van de rechtbank Utrecht van 21 juli 2004 toegewezen achterstallig salaris en nakoming van een toegezegde pensioenvoorziening. Bij niet-tijdige nakoming van de pensioenvoorziening werd een dwangsom van €250 per dag opgelegd.
[C] B.V. betaalde het achterstallige salaris, maar weigerde aanvankelijk de pensioenvoorziening na te komen, waardoor zij vanaf oktober 2004 dwangsommen verschuldigd werd. Na een nieuwe procedure werd de vordering tot opheffing of vermindering van de dwangsommen afgewezen. Uiteindelijk is in januari 2006 een akkoord bereikt waarbij [C] B.V. €35.000 aan dwangsommen betaalde, welke in november 2006 aan eiser werd uitbetaald na inhouding van 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen.
De kern van het geschil was of deze dwangsommen als loon moeten worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de dwangsommen niet gelijktijdig met de pensioenvoorziening zijn betaald, niet ter vervanging daarvan dienden en het resultaat waren van onderhandelingen na nakoming van het vonnis. Daarom zijn de dwangsommen niet te beschouwen als loon uit hoofde van de dienstbetrekking.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, de ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen moest worden teruggegeven. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af wegens gebrek aan bewijs van gemaakte kosten door eiser. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en gelast teruggaaf van ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen over de dwangsommen.