ECLI:NL:PHR:2011:BO5996
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat dwangsommen uit hoofde van dienstbetrekking loon vormen
Belanghebbende was tot 1 april 2004 in dienst bij A B.V. en ontving na een gerechtelijk vonnis dwangsommen vanwege het niet tijdig nakomen van een pensioenvoorziening door A B.V. De rechtbank oordeelde dat deze dwangsommen niet als loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moesten worden beschouwd, maar het Hof stelde dit oordeel bij en kwalificeerde de dwangsommen als loon uit dienstbetrekking.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de dwangsommen onverbrekelijk verbonden zijn met de dienstbetrekking en dus als loon moeten worden aangemerkt. De dwangsom is geen schadevergoeding, maar een sanctie die de werkgever moet betalen vanwege het niet voldoen aan verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst.
De conclusie benadrukt dat de dwangsommen een voordeel vormen voor de werknemer en dat het aan de werknemer is om aannemelijk te maken dat het voordeel buiten de dienstbetrekking valt, wat in deze zaak niet is gelukt. De Hoge Raad wijst ook op het verschil tussen dwangsommen en wettelijke rente, waarbij de laatste niet als loon wordt beschouwd.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de kwalificatie van dwangsommen als loon uit dienstbetrekking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de dwangsommen als loon uit dienstbetrekking moeten worden aangemerkt.