ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting en rechtmatigheid vreemdelingenbewaring van Indiase vreemdeling
Eiser, een Indiase vreemdeling, is op 20 augustus 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogde dat er geen reëel zicht op uitzetting bestond omdat de Indiase autoriteiten geen laissez passers verstrekken en verwees naar eerdere mislukte uitzettingen.
De rechtbank stelde vragen aan verweerder over het aantal ingediende laissez-passeraanvragen en de resultaten daarvan. Verweerder gaf aan dat in de periode januari tot augustus 2009 ongeveer 100 aanvragen zijn ingediend en circa 10 vervangende reisdocumenten zijn afgegeven. Tevens bleek dat alle vreemdelingen met een reisdocument ook in het bezit waren van een identiteit- of nationaliteitsbewijs.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat geen zicht op uitzetting zou bestaan. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij actief had meegewerkt aan het verkrijgen van documenten. De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag zij geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.