ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8878
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Correcte waardering stakingswinst praktijkgedeelte onroerend goed bij bedrijfsbeëindiging
Eiser, voormalig firmant van een dierenkliniek, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2003 waarin de Belastingdienst een hogere stakingswinst berekende dan door eiser opgegeven. De discussie betrof de waardering van het praktijkgedeelte van het onroerend goed dat tot het ondernemingsvermogen behoorde.
De rechtbank stelde vast dat de totale verkoopprijs van het pand objectief vaststaat en dat de waardeverdeling tussen het privé- en ondernemingsdeel volgens de van oudsher gehanteerde verhouding van 1/3 en 2/3 moet worden toegepast. De door verweerder gehanteerde taxatiewaarde van €255.000 voor het praktijkgedeelte werd verworpen vanwege onduidelijkheden over de peildatum en de aannames omtrent uitbreidingsmogelijkheden.
Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde van het praktijkgedeelte afweek van de historische verhouding, ondanks een beroep op een fax met prijsafspraken en onderhoudsverschillen. Verzoeken om getuigen te horen over het onderhandelingsproces werden afgewezen omdat de waardering objectief moet zijn en niet afhankelijk van subjectieve onderhandelingen.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, corrigeerde de aanslag naar een belastbaar inkomen van €110.688 en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van €110.688.