ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9705
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ongewenstverklaring
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen omdat eiser ongewenst is verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelt of het beroep tegen deze afwijzing ontvankelijk is. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) heeft een vreemdeling die ongewenst is verklaard geen belang bij een beroep tegen een verblijfsvergunning, omdat dit beroep niet tot rechtmatig verblijf kan leiden.
Eiser voerde aan dat deze jurisprudentie mogelijk strijdig is met Europese regelgeving, waaronder de Procedurerichtlijn en het EVRM, en dat hem een effectief rechtsmiddel wordt onthouden. De rechtbank overweegt dat artikel 25 van Pro de Procedurerichtlijn ziet op het bestuursorgaan en niet op de rechterlijke ontvankelijkheidsbeoordeling. Ook is er geen bepaling die inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag verbiedt. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de AbRS dat zolang de ongewenstverklaring in rechte vaststaat, er geen belang is bij het beroep.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er zijn geen proceskosten aan een partij toe te wijzen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.