ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0257
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. van Kempen
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en premieplicht van rijnvaartschipper met onderneming aan boord van schip
Eiser, een rijnvaartschipper met een eenmanszaak, voerde beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en WAZ over 2003. De kern van het geschil betrof de vraag of Nederland of Duitsland bevoegd was tot heffing, mede aan de hand van het Verdrag Nederland-Duitsland en het Verdrag rijnvarenden.
De rechtbank stelde vast dat de algemene leiding van de onderneming zich aan boord van het schip bevindt en dat de thuishaven van het schip in Nederland is gelegen. Hoewel het schip in Duitsland is geregistreerd en diverse administratieve en financieringshandelingen in Duitsland plaatsvinden, achtte de rechtbank deze feiten niet doorslaggevend. De rechtbank oordeelde dat Nederland bevoegd is tot belastingheffing over de winst en dat eiser premieplichtig is in Nederland.
Daarnaast werd de winstcorrectie van €18.777 wegens een vermeende privé-storting bevestigd, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde dat het bedrag niet tot de winst behoorde. Het beroep werd gegrond verklaard voor een vermindering van de aanslagen met €869. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, aanslagen verminderd en Nederland bevoegd tot belastingheffing en premieplicht.