- De man, de moeder en [de heer C] hebben de Nederlandse nationaliteit; de man heeft daarnaast tevens de Israëlische nationaliteit.
- De man en [de heer C] zijn op [datum] 1999 een geregistreerd partnerschap aangegaan; op [datum] 2001 is het geregistreerd partnerschap omgezet in een huwelijk.
- In februari 2006 hebben de man en [de heer C] enerzijds en de moeder anderzijds een overeenkomst over draagmoederschap (Surrogacy Agreement) gesloten.
- Bij de inseminatie zijn zaadcellen gebruikt van zowel de man als van [de heer C].
- Op [datum] 2006 is in Frankrijk de minderjarige geboren, waarbij de man aanwezig was. Op initiatief van de moeder vond de bevalling in Frankrijk plaats, gezien haar wens anoniem te blijven.
- De minderjarige is direct na de geboorte aan de man gegeven. De moeder heeft de minderjarige niet gezien.
- Op [datum] 2006 heeft de moeder in aanwezigheid van een Franse maatschappelijk werkster een afstandsverklaring getekend onder de naam "[Y]".
- Op 5 december 2006 is een Franse geboorteakte van de minderjarige opgemaakt en is de minderjarige door de man erkend in het bijzijn van de maatschappelijk werkster. De man staat op de Franse geboorteakte vermeld als vader van de minderjarige. Van de moeder zijn geen gegevens in de geboorteakte opgenomen.
- Sinds 8 december 2006 woont de minderjarige met de man en [de heer C] in gezinsverband samen in Nederland.
- Uit een rapportage van de afdeling Vaderschapsonderzoek van Sanquin van 6 februari 2007 blijkt dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van de minderjarige.
- Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2007 is mr. Van Kempen voornoemd benoemd tot bijzonder curator.
- De raad voor de kinderbescherming, locatie Amsterdam, heeft een onderzoek verricht naar de gezagssituatie van de minderjarige. Van dit onderzoek is een tweetal rapporten d.d. 23 maart 2007 en 19 juni 2007 opgemaakt.
- Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam, sector Kanton, van 29 augustus 2007 zijn de man en [de heer C] belast met de voogdij over de minderjarige. De kantonrechter overweegt in deze beschikking onder meer dat niet aannemelijk is dat sprake is geweest van commercieel draagmoederschap en dat de minderjarige goed wordt verzorgd door de man en [de heer C] en zeer goed gehecht is in dit gezin.
- Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2007, verbeterd bij beschikking van 19 december 2007, is de ambtenaar van de burgerlijke stand gevraagd advies uit te brengen nadat de door de rechtbank geformuleerde vragen zijn voorgelegd aan de Commissie van Advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit.
- Op 26 februari 2008 heeft voornoemde commissie advies uitgebracht, hetgeen heeft geleid tot de beschikking van de rechtbank Amsterdam d.d. 3 september 2008. Dit advies hield onder meer in dat het ontbreken van de vermelding van de moeder in de Franse geboorteakte in strijd is met de Nederlandse openbare orde.
- Bij beschikking van 3 september 2008 heeft de rechtbank Amsterdam bepaald dat de behandeling van de zaak pro forma wordt voortgezet op 20 november 2008, de bijzonder curator verzocht zich uiterlijk 10 november 2008 schriftelijk uit te laten over de in rechtsoverweging 9 van genoemde beschikking gestelde vragen en iedere verdere beslissing aangehouden.
- Bij beschikking van 24 december 2008 heeft de rechtbank Amsterdam voor recht verklaard dat de moeder de moeder is van de minderjarige, zich voor het overig verzochte onbevoegd verklaard en de zaak in de stand waarin deze zich bevond verwezen naar deze rechtbank.
Verzoek en verweer