ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2243
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij eerste uitzettingshandeling binnen bewaring vreemdeling
Eiser werd op 21 oktober 2009 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hoewel verweerder reeds beschikte over het geldige paspoort van eiser bij de oplegging van de maatregel, werd pas op de achtste dag van de bewaring een concrete uitzettingshandeling verricht, namelijk het boeken van een vlucht. De rechtbank stelt vast dat de overplaatsing van eiser en het overbrengen van zijn dossier geen directe uitzettingshandelingen zijn.
Verweerder voerde aan dat het boeken van een vlucht pas mogelijk was nadat het dossier op het Uitzetcentrum Schiphol was aangekomen, maar de rechtbank oordeelt dat deze vertraging voor rekening en risico van verweerder komt en geen bijzondere omstandigheid vormt. Er zijn geen concrete beletselen of bijzondere omstandigheden gebleken die het uitblijven van eerdere uitzettingshandelingen rechtvaardigen, noch heeft eiser geweigerd mee te werken.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin een eerste uitzettingshandeling op dag negen ook als te laat werd beschouwd. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en verweerder wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De bewaring wordt onmiddellijk opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij de eerste uitzettingshandeling en eiser ontvangt schadevergoeding.