ECLI:NL:RVS:2009:BJ1619
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij voorbereiding uitzetting vreemdeling in vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 1 april 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 3 april overgeplaatst naar het Uitzetcentrum Schiphol. Pas op 9 april vond het vertrekgesprek plaats en op 10 april werd een vlucht naar Nigeria aangevraagd. De Raad van State oordeelt dat deze handelingen pas op de negende dag van de bewaring zijn gestart, terwijl de vreemdeling meewerkte en een geldig paspoort bezat.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep gegrond. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het uitstel van de uitzettingshandelingen rechtvaardigden en er waren geen concrete beletselen om eerder te handelen.
De maatregel van bewaring wordt geacht van meet af aan niet gerechtvaardigd te zijn geweest. De vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend over de periode van 1 tot 17 april 2009. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig wegens onvoldoende voortvarendheid bij de voorbereiding van de uitzetting; de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.