ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3055
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid voorlopige aanslag en vergoeding proceskosten bestuursrecht
Eiseres kreeg een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2008 opgelegd op basis van het verzamelinkomen van 2007, dat aanzienlijk hoger was dan in voorgaande jaren door een eenmalige nabetaling. De Belastingdienst hield bij de aanslag geen rekening met eerdere inkomensgegevens, wat leidde tot een onjuiste aanslag.
Eiseres maakte bezwaar en vroeg vergoeding van de kosten van rechtsbijstand door een advocaat van een vakbond. De Belastingdienst weigerde vergoeding omdat alleen vakbondscontributie was betaald. De rechtbank oordeelde dat de rechtsbijstand beroepsmatig was verleend en dat kosten voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door het geautomatiseerde systeem dat geen rekening houdt met eerdere inkomensjaren, waardoor sprake is van onrechtmatigheid volgens artikel 7:15 Awb Pro. Daarom werd de voorlopige aanslag verminderd en proceskostenvergoeding toegekend.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot betaling van € 724,50 aan proceskosten en vergoeding van griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onrechtmatige voorlopige aanslag en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten.