ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand door vakbondsbestuurder
In deze zaak gaat het om de vraag of de door een bezoldigd districtsbestuurder van een vakbond verleende rechtsbijstand aan een appellant in het kader van een beroep tegen een besluit tot intrekking van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, kan worden aangemerkt als beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) tot intrekking van zijn uitkeringen op grond van de AAW en WAO, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank had het verzoek van appellant tot vergoeding van proceskosten afgewezen, omdat de gemachtigde niet als professionele rechtshulpverlener werd gezien.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de vakbondsbestuurder beroepsmatig rechtsbijstand verleent, aangezien dit tot zijn taken behoort en de appellant via contributie een vergoeding voor deze dienstverlening betaalt. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het Lisv tot vergoeding van de proceskosten van appellant, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De vergoeding van reiskosten wordt afgewezen omdat deze al in het forfait begrepen zijn. Het gestorte griffierecht dient eveneens door het Lisv te worden vergoed.
De Raad wijst erop dat de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep niet door appellant gedragen hoeven te worden, omdat deze voortvloeien uit het standpunt van het Lisv dat later is verlaten. De uitspraak benadrukt het belang van correcte proceskostenvergoeding bij beroepsmatig verleende rechtsbijstand door vakbondsfunctionarissen.
Uitkomst: Het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.