ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en overdracht Dublinclaimant aan Italië ondanks lopende voorlopige voorziening
De zaak betreft een beroep tegen de maatregel van bewaring opgelegd aan een Iraakse Dublinclaimant op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de geplande overdracht aan Italië op 11 november 2009 prematuur was vanwege een lopend verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Dublin II-verordening Italië binnen twee weken had moeten reageren op het terugnameverzoek van 14 mei 2009, wat niet was gebeurd, waardoor op 29 mei 2009 fictieve instemming was ontstaan. De overdracht moest uiterlijk binnen zes maanden na instemming plaatsvinden, dus uiterlijk 26 november 2009. De rechtbank achtte de geplande overdracht op 11 november 2009 niet illusoir, omdat de vluchtdatum dicht bij de uiterste overdrachtstermijn lag en er organisatorische tijd nodig was.
Verder stelde de rechtbank vast dat het verzoek om voorlopige voorziening niet met spoed was ingediend door eiser of zijn gemachtigde, en dat het beroep tegen de asielafwijzing geen schorsende werking heeft. Daarom kon de overdracht ondanks het verzoek om voorlopige voorziening doorgaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië kan plaatsvinden op 11 november 2009.