ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4934
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten en geen reëel risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser diende een derde asielaanvraag in met het argument dat zijn dochter in Nigeria risico loopt op genitale verminking en hijzelf als bekeerd christen gevaar loopt. De rechtbank oordeelde dat deze feiten geen novum vormen omdat de dochter vóór de tweede aanvraag is geboren en deze omstandigheden toen hadden moeten worden aangevoerd.
De rechtbank bevestigde het ne bis in idem-beginsel, waardoor eenzelfde geschil niet tweemaal inhoudelijk wordt beoordeeld, tenzij bijzondere feiten en omstandigheden aanwezig zijn. Hoewel artikel 3 EVRM Pro werd ingeroepen, concludeerde de rechtbank dat er geen “arguable claim” was omdat de dochter en partner van eiser de Nederlandse nationaliteit bezitten en dus niet worden uitgezet.
De rechtbank benadrukte dat het gezinsleven ook via een mvv-aanvraag kan worden voortgezet, waarbij de belangenafweging het risico op genitale verminking meeneemt. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.