ECLI:NL:RVS:2009:BI1591
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Toetsing bijzondere feiten en omstandigheden bij vreemdelingenrechtelijke terugkeer
De zaak betreft een hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De vreemdeling stelde dat bij gedwongen terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, mede vanwege een niet-voltooide besnijdenis en een eerdere verkrachting in Nederland.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar had nagelaten te beoordelen of bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden aanwezig waren die toetsing van het besluit door de bestuursrechter zouden rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit een essentieel beoordelingspunt is en vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Na beoordeling van de aangevoerde feiten, waaronder medische verklaringen en een ambtsbericht over de positie van vrouwen in Sierra Leone, concludeerde de Afdeling dat geen bijzondere feiten en omstandigheden waren vastgesteld die een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling aannemelijk maken.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.