ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5012
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vergoeding noodzakelijke kosten voor contra-expertise documentenonderzoek in asielprocedure
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, heeft een vergoeding gevraagd voor kosten die hij maakte voor een contra-expertise documentenonderzoek in het kader van zijn asielprocedure. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) weigerde deze vergoeding op grond van het beleid dat kosten niet noodzakelijk zijn indien de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geen mogelijkheid biedt tot het laten verrichten van een onderzoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het criterium uit de Handleiding Vergoeding Buitengewone Kosten van 1 maart 2009 onredelijk is en niet aanvaardbaar. Het feit dat de IND geen mogelijkheid biedt tot onderzoek doet niet af aan het zelfstandige recht van verzoeker om een contra-expertise te laten verrichten. De rechter wijst op vaste jurisprudentie dat een asielzoeker tegenbewijs moet kunnen leveren tegen een ambtelijk proces-verbaal en dat een deskundigenadvies in beginsel wordt aangenomen tenzij concrete twijfels bestaan.
De voorzieningenrechter stelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gevraagde vergoeding niet als noodzakelijke kosten kan worden aangemerkt en vernietigt het bestreden besluit. Tevens veroordeelt hij verweerder in de proceskosten. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechter onmiddellijk uitspraak doet in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van vergoeding van contra-expertise kosten wordt vernietigd.