ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7121
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ongewenstverklaring en verblijfsrecht Turkse werknemer op grond van Besluit 1/80
Eiser, een Turkse werknemer, was tussen 2003 en 2007 werkzaam als schoonmaker bij verschillende werkgevers. Zijn verblijfsvergunning gekoppeld aan verblijf bij partner werd per 14 juli 2005 ingetrokken vanwege beëindiging van de relatie met zijn ex-partner. Vervolgens werd hij ongewenst verklaard op grond van een eerdere strafrechtelijke veroordeling.
Eiser voerde aan dat zijn verblijf ten onrechte was beëindigd en dat hij op grond van het Besluit 1/80 een zelfstandig verblijfsrecht kon ontlenen vanwege minimaal een jaar ononderbroken legale arbeid. De rechtbank oordeelde dat eiser ondanks onderbrekingen bij formeel dezelfde werkgever, feitelijk een ononderbroken periode van legale arbeid had verricht bij verschillende werkgevers, waardoor hij binnen de werkingssfeer van artikel 6 van Pro het Besluit 1/80 viel.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de beëindiging van de relatie per 14 juli 2005 vaststond en dat eiser geen aanspraak kon maken op het Besluit 1/80. De rechtbank vernietigde het besluit tot ongewenstverklaring en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van continuïteit in de arbeidsverhouding en bevestigt dat het Besluit 1/80 de positie van Turkse werknemers in Nederland versterkt, ook bij wisseling van werkgever binnen een korte periode.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd.