ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8107
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake verblijfsvergunning op grond van overgangsregeling oude Vreemdelingenwet
Verzoeker, een Mongoolse nationaliteit dragende vreemdeling die sinds 1999 in Nederland verblijft, heeft bezwaar gemaakt tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar ontvankelijk is omdat de ambtshalve weigering als een besluit kan worden aangemerkt en het bezwaar tijdig is ingediend.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling, waarbij ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 een voorwaarde is. Verweerder stelt dat verzoeker na 13 december 2006 aantoonbaar is vertrokken uit Nederland, onder meer omdat verzoeker op 24 april 2007 asiel heeft aangevraagd in Frankrijk. Verzoeker betwist dit en stelt dat hij geen intentie had zich in Frankrijk te vestigen en snel is teruggekeerd.
De voorzieningenrechter stelt dat ook een onderbroken verblijf na de referteperiode van 13 december 2006 een contra-indicatie kan vormen voor het doen van een aanbod op grond van de Regeling. De intentie van verzoeker om zich in Frankrijk te vestigen wordt geacht uit de asielaanvraag te volgen, mede omdat verzoeker dit niet heeft onderbouwd. De overige gronden van verzoeker worden niet verder beoordeeld.
Daarom heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling.