ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8551
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van verzet tegen afwijzing voorlopige voorziening
Opposant heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2009, waarin het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter had deze uitspraak zonder zitting gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank stelt vast dat artikel 8:55, eerste lid, van de Awb noch enig ander wettelijk voorschrift de mogelijkheid biedt om verzet te doen tegen een dergelijke uitspraak. Ter onderbouwing verwijst de rechtbank naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep.
Gelet op deze wettelijke en jurisprudentiële kaders verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzet. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter E.H.M. Druijf in aanwezigheid van griffier H.A.J.A. van de Laar en is openbaar uitgesproken op 16 december 2009.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzet tegen de afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening.