ECLI:NL:CRVB:2008:BG7113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Raad voor de Rechtspraak inzake verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring voorlopige voorziening
Appellanten hebben bij de voorzieningenrechter van de Raad een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, dat op 8 oktober 2008 niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegen deze uitspraak hebben zij een verzetschrift ingediend. De griffier heeft appellanten vervolgens geïnformeerd dat verzet tegen een dergelijke niet-ontvankelijkverklaring niet mogelijk is en dat de verzetsclausule in de uitspraak een vergissing betrof.
Appellanten hebben geen gehoor gegeven aan verzoeken om hun standpunt toe te lichten. De Raad heeft vervolgens overwogen dat noch artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, noch enig ander wettelijk voorschrift de mogelijkheid biedt om verzet te doen tegen een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om voorlopige voorziening.
Op grond hiervan verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzet. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G.A.J. van den Hurk en uitgesproken in het openbaar op 16 december 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening.