ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9765
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht echtgenoot unieburger zonder aantoonbaar gemeenschapsrechtelijk verblijf
Eiser verzocht om afgifte van een verblijfsdocument op grond van het gemeenschapsrecht als echtgenoot van een unieburger, referente. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat referente substantieel grensoverschrijdende diensten verrichtte of dat eiser met haar in een andere lidstaat had verbleven.
De rechtbank overwoog dat het eerdere verblijf van referente in Engeland (1986-1991) geen verband hield met de huidige situatie en dat het verblijf in België begin 2008 niet leidde tot een verblijfsrecht voor eiser, mede omdat hij niet met haar in België verbleef en niet was ingeschreven in het bevolkingsregister. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat referente grensoverschrijdende diensten van betekenis verleende.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechten kon ontlenen aan het gemeenschapsrecht en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt afgewezen.