ECLI:NL:RBSGR:2009:BL0047
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering pardonvergunning wegens onvoldoende motivering bijzondere omstandigheden
Eiser, van Iraakse nationaliteit, werd in 1999 veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling en kreeg een taakstraf opgelegd. Op grond van de pardonregeling werd zijn aanvraag voor een pardonvergunning afgewezen omdat de verjaringstermijn van tien jaren nog niet was verstreken. Eiser stelde dat de toepassing van de beleidsregel in zijn geval onevenredig was, mede vanwege het lange verblijf in Nederland, het ontbreken van recidive en het feit dat zijn gezin wel een pardonvergunning had ontvangen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ondanks bekendheid met de veroordeling jarenlang niet had overgegaan tot ongewenstverklaring en zelfs had verklaard dit niet te zullen doen. Dit vormde een bijzondere omstandigheid die echter onvoldoende was gemotiveerd om van de beleidsregel af te wijken. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had toegelicht waarom niet was afgeweken van de beleidsregel terwijl de nadelige gevolgen voor eiser onevenredig leken ten opzichte van het doel van de regeling, namelijk de bescherming van de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat eiser feitelijk geen gevaar meer vormde voor de openbare orde en dat het besluit van verweerder daarom niet deugdelijk was gemotiveerd. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de pardonvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van bijzondere omstandigheden.