ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9297
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens tegenwerping artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Vreemdelingenwet 2000 (oud). Dit werd geweigerd omdat bij beschikking artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag aan hem was tegengeworpen, hetgeen in rechte vaststaat.
Eiser stelde dat de tegenwerping onvoldoende gemotiveerd was en dat toetsing aan artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) plaats moest vinden. De rechtbank oordeelde dat toetsing aan artikel 8 EVRM Pro in deze procedure niet aan de orde is en dat eiser een reguliere aanvraag moet indienen. Ook achtte de rechtbank de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende om af te wijken van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat verweerder terecht van het horen van eiser kon afzien. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een verblijfsvergunning wegens toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt ongegrond verklaard.