ECLI:NL:RBSGR:2009:BL2212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. Overbeeke
- W.F. Bijloo
- D.S.M. Bak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens en beoordeling artikel 3 EVRM
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, kreeg in 1997 een voorwaardelijke verblijfsvergunning die later werd aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Deze vergunning werd in 2000 ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. Diverse bezwaar- en beroepsprocedures volgden, waarbij eerdere uitspraken bevestigden dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is.
De rechtbank stelt vast dat eiser zich sinds 1994 in een situatie bevindt waarin uitzetting wegens schending van artikel 3 EVRM Pro niet mogelijk is, maar dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat er binnen niet al te lange termijn geen vooruitzicht is op verandering van die situatie. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat Afghanistan zich in een transitieproces bevindt dat verbetering kan brengen.
Eiser voerde aan dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel intrekking van de vergunning in de weg staan en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan. De rechtbank verwerpt deze argumenten, stellende dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt en dat geen gerechtvaardigd vertrouwen op behoud van vergunning bestaat. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en EU-richtlijnen wordt ongegrond verklaard.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het beroep tegen het besluit van 8 augustus 2008 wordt ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk.