ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6129
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Kramer
- J.A. van Steen
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige in internationale kinderontvoeringszaak
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Nederlandse Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van een minderjarige die door de moeder zonder toestemming van de vader in Nederland werd achtergehouden. De vader had het verzoek ingediend op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag, stellende dat België de gewone verblijfplaats van het kind was.
De rechtbank oordeelde dat de minderjarige ongeoorloofd in Nederland werd achtergehouden, maar dat er geen weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 13 van Pro het Verdrag aanwezig waren. De moeder voerde aan dat de vader had ingestemd met de overbrenging en dat terugkeer een ernstig risico zou vormen vanwege vermeend geweld van de vader, maar deze stellingen werden niet voldoende onderbouwd.
Echter, op 23 maart 2009 had de rechtbank te Brussel een voorlopige beschikking genomen waarin het hoofdverblijf van de minderjarige bij de moeder in Nederland werd vastgesteld. Deze beslissing, erkend op grond van Brussel IIbis-verordening, leidde ertoe dat de Nederlandse rechtbank het verzoek tot teruggeleiding afwees. De zaak illustreert de complexiteit van internationale kinderontvoeringszaken waarbij zowel het Verdrag als nationale voorlopige maatregelen een rol spelen.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar België wordt afgewezen vanwege een voorlopige Belgische rechterlijke beslissing die het verblijf bij de moeder in Nederland bevestigt.