ECLI:NL:RBSGR:2009:BL7273
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatig handelen Belastingdienst inzake ondernemerschap en energie-investeringsaftrek
Eiser wilde vooraf zekerheid over zijn ondernemerschap voor fiscale doeleinden in verband met een investering in een windturbinepark en vroeg de Belastingdienst om bevestiging dat hij als ondernemer werd aangemerkt en recht had op energie-investeringsaftrek. De Belastingdienst gaf aanvankelijk een negatieve reactie, waarna eiser de koopovereenkomsten met ontbindende voorwaarden sloot. Later, na herziening, bevestigde de Belastingdienst dat eiser wel als ondernemer werd aangemerkt.
Eiser stelde dat de eerste negatieve beslissing onrechtmatig was omdat deze op een onjuiste uitleg van de wet berustte en dat hij daardoor schade had geleden door ontbinding van de koopovereenkomsten. De rechtbank oordeelde dat de eerste beslissing niet als een definitief oordeel of beschikking moest worden gezien, maar als een voorlopige standpuntbepaling met een voorbehoud dat het oordeel kon wijzigen na nader onderzoek.
De rechtbank vond dat eiser bekend was met het voorlopige karakter van de beslissing en dat de Belastingdienst niet onrechtmatig had gehandeld door een voorlopige negatieve beslissing te geven vanwege tijdsdruk en de noodzaak van interne afstemming. Ook was onvoldoende aannemelijk dat eiser door het voorlopige standpunt schade had geleden, omdat hij waarschijnlijk ook bij uitblijven van een beslissing de koopovereenkomsten zou hebben ontbonden.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en oordeelt dat de Belastingdienst niet onrechtmatig heeft gehandeld.