ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0017
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ononderbroken verblijf voor verblijfsvergunning op grond van Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om haar geen aanbod te doen voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud). De kern van het geschil betrof de vraag of eiseres ononderbroken in Nederland had verbleven tussen 1 april 2001 en 13 december 2006, zoals vereist volgens de Regeling.
De IND had onderbroken verblijf na 13 december 2006 tegengeworpen, terwijl eiseres stelde dat de toetsing beperkt moest blijven tot de referteperiode van 1 april 2001 tot en met 13 december 2006. De rechtbank stelde vast dat de Regeling vier categorieën onderscheidt voor de toetsing van ononderbroken verblijf en dat eiseres in categorie 4 valt, waarbij een verklaring van de burgemeester als bewijs geldt.
De rechtbank oordeelde dat ook voor categorie 4 het toetsmoment 13 december 2006 moet zijn, aansluitend bij het Coalitieakkoord en het beleid. Het besluit van de IND was onzorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 3:2 Awb Pro, omdat het onderbroken verblijf na deze datum tegenwierp. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de IND werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de IND wordt vernietigd met de verplichting tot een nieuw besluit binnen de juiste toetsingsperiode.