ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0194
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende geloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, een Somalische asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees deze aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, mede gebaseerd op een taalanalyse van Bureau Land en Taal (BLT) die stelde dat eiser niet tot de Zuid-Somalische spraak- en cultuurgemeenschap kon worden gerekend.
Eiser betwistte deze analyse met een contra-expertise van de Taalstudio, opgesteld door een anonieme, maar gekwalificeerde linguïst. BLT voerde in een weerwoord aan dat de contra-expert onvoldoende onafhankelijk en deskundig zou zijn, maar de rechtbank oordeelde dat anonimiteit en het ontbreken van moedertaalsprekerschap onvoldoende zijn om de deskundigheid te betwijfelen, mede omdat de Taalstudio de identiteit kent en de contra-expert voldoet aan de gestelde richtlijnen.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen reis- of identiteitsdocumenten kon overleggen en onvoldoende concrete informatie gaf over zijn reis, wat tegen hem kon worden ingebracht. Echter, de contra-expertise leverde concrete aanwijzingen die de taalanalyse van BLT betwijfelden, en het weerwoord van BLT kon deze niet adequaat weerleggen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het besluit van verweerder niet kon worden gedragen door de motivering en verklaarde het beroep gegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.