ECLI:NL:RVS:2007:BB5253
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deskundigheid contra-expertise taalanalyse in vreemdelingenzaak
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde. Centraal staat de beoordeling van de deskundigheid van de opsteller van een contra-expertise taalanalyse over de nationaliteit van de vreemdeling.
De Raad van State overweegt dat de contra-expertise is opgesteld door een academisch opgeleide linguïst met promotieonderzoek naar varianten van het Swahili, die tevens moedertaalspreker is. De selectie en werkwijze van de opsteller voldoen aan internationale richtlijnen, waardoor de contra-expertise als een deskundig tegenadvies moet worden beschouwd. De staatssecretaris kon niet aantonen dat de selectieprocedure en het toezicht op deze deskundige minderwaardig zijn aan die van het BLT.
De Raad stelt vast dat de rechtbank terecht concrete aanknopingspunten zag in de contra-expertise die twijfel zaaien over de conclusies van het BLT-rapport, dat de vreemdeling niet uit Burundi afkomstig zou zijn. De Raad wijst het hoger beroep van de staatssecretaris af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.