ECLI:NL:RBSGR:2010:BL1912
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg minderjarige
De minderjarige verbleef in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg op grond van een voorlopige machtiging van de kinderrechter. Bureau Jeugdzorg had deze machtiging verkregen wegens ernstige opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. De kinderrechter had bepaald dat binnen een week na de machtiging een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper moest worden overgelegd.
De advocaat van de minderjarige verzocht de beëindiging van de uithuisplaatsing omdat Bureau Jeugdzorg deze verklaring niet binnen de gestelde termijn had aangeleverd. Bureau Jeugdzorg voerde verweer en stelde dat het in het belang van de minderjarige was om de plaatsing voort te zetten. De kinderrechter oordeelde dat de Wet op de jeugdzorg niet voorschrijft dat de instemmingsverklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper moet komen, en dat de later overgelegde verklaring materieel gelijkwaardig was.
De kinderrechter concludeerde dat het niet tijdig overleggen van de verklaring geen reden was om de machtiging te beëindigen, aangezien noch de wet noch de beschikking een sanctie hiervoor voorschrijven. Het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg wordt afgewezen.