ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit tijdelijke opheffing ongewenstverklaring wegens kennelijk onredelijk beleid
Eiser is op 1 juni 2007 ongewenst verklaard en verzocht op 5 februari 2009 om tijdelijke opheffing van deze verklaring om zijn strafzaak in Nederland bij te wonen. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder, zoals neergelegd in hoofdstuk A5/5.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, te restrictief is. Het beleid stelt dat tijdelijke opheffing slechts wordt verleend indien de strafrechter de aanwezigheid van de verdachte noodzakelijk acht, terwijl jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad het aanwezigheidsrecht als cruciaal voor een eerlijk proces beschouwen.
Verder concludeert de rechtbank dat het beleid de mogelijkheid tot tijdelijke opheffing verder beperkt dan de wetgever heeft bedoeld, zoals blijkt uit de Nota van Toelichting bij artikel 6.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Het besluit van verweerder mist daardoor een deugdelijke motivering en is in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt vernietigd.