ECLI:NL:HR:2005:AR8428
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijke afwijzing aanwezigheidsrecht verdachte in Duitsland
De verdachte was in Duitsland gedetineerd en kon daardoor niet bij de terechtzitting in hoger beroep aanwezig zijn. Zijn raadsman verzocht het hof de behandeling aan te houden om via internationale rechtshulp de verdachte over te brengen naar Nederland. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat geen absolute verplichting bestond tot overbrenging van een in het buitenland gedetineerde verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen, terwijl uit de stukken bleek dat de verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid. Het hof had ook geen onderzoek verricht naar de mogelijkheden van internationale rechtshulp en de benodigde tijd daarvoor.
Daarmee was het oordeel van het hof onbegrijpelijk en moest het arrest worden vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling in hoger beroep, waarbij rekening moet worden gehouden met het aanwezigheidsrecht van de verdachte.
De Hoge Raad benadrukte dat een schorsing van de terechtzitting in beginsel moet plaatsvinden als blijkt dat de verdachte uit andere hoofde gedetineerd is, zodat hij alsnog kan worden gehoord. Dit geldt ook als de raadsman gemachtigd is en de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend.
De uitspraak onderstreept het belang van het aanwezigheidsrecht en een zorgvuldige belangenafweging tussen een redelijke termijn en het recht van de verdachte om bij zijn berechting aanwezig te zijn.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.