ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5278
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Tamil uit Sri Lanka wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Tamil afkomstig uit Noord-Sri Lanka, heeft herhaaldelijk asiel aangevraagd in Nederland. Na eerdere afwijzingen werd ook zijn aanvraag van 3 juli 2007 geweigerd. De rechtbank toetst of er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding geven tot een hernieuwde beoordeling.
Uit de stukken blijkt dat het gewapend conflict in Noord-Sri Lanka medio 2008 escaleerde, maar de rechtbank acht de mate van willekeurig geweld niet zodanig dat elke Tamil in dat gebied een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op detentie of ondervraging door de Sri Lankaanse autoriteiten vanwege vermeende banden met de LTTE.
De rechtbank verwijst naar het arrest van het EHRM van 17 juli 2008 (N.A. tegen het Verenigd Koninkrijk) en stelt dat de situatie van eiser wezenlijk afwijkt. Ook het enkele feit dat eiser Tamil is, leidt niet tot bescherming, omdat deze groep niet als kwetsbare minderheid wordt aangemerkt en geen systematische vervolging is vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat eiser geen beroep kan doen op artikel 3 EVRM Pro of artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending van artikel 3 EVRM.