ECLI:NL:RVS:2009:BJ1596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten of relevante wetswijziging
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen bij besluit van 15 april 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden noodzakelijk zijn om een nieuw besluit van gelijke strekking te toetsen. De vreemdeling slaagde er niet in aan te tonen dat de veiligheidssituatie in zijn land van herkomst, met name Mosul, was verslechterd ten tijde van het besluit van 15 april 2008 ten opzichte van eerdere besluiten. Ook werd geoordeeld dat artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG geen wijziging van het recht inhoudt.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens het ontbreken van nieuwe feiten of relevante wetswijziging.