ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5748
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.J. Overdijk
- S. Verheijen
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vestiging voorkeursrecht op percelen Fruitweg te Den Haag
De zaak betreft een beroep van een besloten vennootschap tegen het besluit van de gemeente Den Haag om op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorkeursrecht te vestigen op percelen aan de Fruitweg te Den Haag. Het voorkeursrecht is gebaseerd op het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020, dat herstructurering en intensivering van het ruimtegebruik voor deze locatie voorziet.
Eiseres betoogt onder meer dat het RSP onvoldoende concreet is als grondslag, dat het voorgenomen gebruik niet afwijkt van de bestemming, dat het voorkeursrecht onnodig is vanwege zelfrealisatie, en dat het een ongerechtvaardigde inbreuk vormt op haar eigendomsrecht in strijd met het EVRM. Verweerder stelt dat het RSP wel degelijk een voldoende grondslag biedt, dat het voorkeursrecht gericht is op gronden waar ontwikkelingen worden gepland, en dat eiseres haar eigendom kan blijven vervreemden en zelf ontwikkelen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid het algemeen belang zwaarder heeft kunnen laten wegen dan de belangen van eiseres. Het voorkeursrecht is tijdig ingezet om speculatie tegen te gaan en de regiefunctie van de gemeente te waarborgen. De belangen van eiseres zijn volgens de rechtbank voldoende gewaarborgd in de Wvg. Ook is geen sprake van misbruik van bevoegdheid of strijd met het EVRM. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst ook het betoog af dat het ontbreken van een termijn in het besluit onzorgvuldig is, en bevestigt dat de vestiging van het voorkeursrecht rechtmatig is, mede gelet op eerdere besluiten en het regionale structuurplan. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht op de percelen Fruitweg is ongegrond verklaard.