ECLI:NL:RBSGR:2010:BL6467
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van onevenredig nadeel door overheidsmaatregel bluetongue
In deze zaak vordert een besloten vennootschap schadevergoeding van de Staat wegens de gevolgen van overheidsmaatregelen ter bestrijding van de bluetongue-ziekte bij herkauwers. De maatregelen betroffen vervoersverboden binnen een 20-kilometergebied rondom besmette bedrijven, waaronder het bedrijf van eiseres.
Eiseres stelt dat zij door deze maatregelen onevenredig zwaar is getroffen en dat de schade buiten het normale bedrijfsrisico valt, waardoor de Staat onrechtmatig zou hebben gehandeld. De rechtbank toetst dit aan het gelijkheidsbeginsel en het vereiste van een speciale last, waarbij de positie van eiseres wordt vergeleken met een referentiegroep van andere fokveehandelaren die door de maatregelen zijn getroffen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende concrete feiten heeft gesteld die aantonen dat zij ten opzichte van deze referentiegroep onevenredig is benadeeld. Persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van een gedetailleerde vergelijking maken dat de stelplicht niet is vervuld. Ook de stelling dat zij vergeleken moet worden met veehouderijen in het algemeen wordt verworpen omdat deze niet vergelijkbaar zijn.
Hierdoor wordt de vordering afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank acht nadere bewijslevering niet nodig en bespreekt de overige verweren niet verder.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onevenredig nadeel door overheidsmaatregel bluetongue.