ECLI:NL:RBSGR:2010:BL6848
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens schending recht op vertrouwelijke communicatie
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 11 februari 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van geldige identiteitsdocumenten, het niet melden bij de korpschef en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank oordeelde dat deze gronden voldoende waren voor de bewaring en dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van eiser om in vrijheid te blijven.
Echter, eiser stelde dat artikel 104 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 was geschonden, dat het recht op vertrouwelijke communicatie tussen hem en zijn raadsman was aangetast. Tijdens een telefoongesprek op 19 februari 2010 was een medewerker van de detentieboot aanwezig in dezelfde ruimte, waardoor derden kennis konden nemen van het gesprek. De rechtbank stelde vast dat deze inbreuk voldoende was om de belangen van eiser te schaden en dat de overheid tekort was geschoten in haar zorgplicht om vertrouwelijke communicatie mogelijk te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, bepaalde dat de bewaring onrechtmatig was vanaf 19 februari 2010 en beval de opheffing van de maatregel per 5 maart 2010. Tevens kende zij een schadevergoeding toe van €1.120,- voor 14 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat in de proceskosten van €1.092,50, te betalen aan de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens schending van artikel 104 Vreemdelingenwet 2000 en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.