ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9054
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Tamil uit Sri Lanka wegens ontbreken reëel risico op ernstige individuele bedreiging
Eiser, een Tamil afkomstig uit Jaffna, heeft een asielaanvraag ingediend na verblijf in Mannar en eerdere detentie wegens verdenking van LTTE-activiteiten. Hij stelt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige individuele bedreiging als gevolg van het gewapend conflict in Sri Lanka.
De rechtbank beoordeelde de aanvraag binnen de 48-uur procedure en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro en artikel 15c van de Definitierichtlijn. Het ambtsbericht en de stukken tonen geen verslechtering van de veiligheidssituatie in Mannar na 2007, noch een uitzonderlijke situatie die een dergelijk risico rechtvaardigt.
Eiser kon ook niet onderbouwen dat hij of Tamils in het algemeen een verhoogd risico lopen op willekeurig geweld. De rechtbank verwierp de stellingen over een meldplicht en het ontbreken van een verblijfsalternatief in Colombo. De eerdere detentie en littekens waren onvoldoende zwaarwegend om een risico aan te nemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen samenhang van individuele risicofactoren bestaat die een schending van artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen wegens ontbreken van een reëel risico op ernstige individuele bedreiging.