ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9790
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende geloofwaardigheid en ontbreken documenten
Eiser, een Ugandese nationaliteit, werd op 24 februari 2010 de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas van eiser, waarin hij verklaarde actief te zijn geweest als jeugdleider van een politieke partij en vervolging door de militaire inlichtingendienst te vrezen. Verweerder wees het verzoek binnen 48 uur af op grond van het ontbreken van ondersteunende documenten en twijfels over de geloofwaardigheid van het verhaal.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet alle relevante documenten had overgelegd en dat het ontbreken daarvan niet verschoonbaar was. Tevens ontbrak positieve overtuigingskracht in het relaas, mede vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden in de verklaringen. De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht artikel 31, tweede lid, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 had toegepast.
Ook het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard, evenals het verzoek om schadevergoeding. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 18 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.