ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3482
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering uitzonderlijke situatie
Eiser, een Iraakse soenniet uit Mosul, ontving een verblijfsvergunning asiel op grond van het categoriale beschermingsbeleid vanwege de situatie in Centraal-Irak. Verweerder trok deze vergunning in op basis van het ontbreken van documenten en het vervallen van de beschermingsgrond. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht artikel 31, tweede lid, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 toepaste vanwege het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten, maar dat het ontbreken van deze documenten aan eiser kon worden toegerekend.
De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas van eiser onvoldoende positieve overtuigingskracht had vanwege vaagheden en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen, en dat verweerder dit terecht in zijn beoordeling betrok. Echter, ten aanzien van de intrekking op grond van het vervallen van de beschermingsgrond, concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat ten tijde van de verlening geen sprake was van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn.
Verweerder had in het bestreden besluit en het voornemen slechts summier overwogen dat er geen reëel risico bestond op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, zonder expliciete toetsing aan artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Gezien de uitlatingen van minister Verdonk en het standpunt van de UNHCR destijds, was deze motivering onvoldoende. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van € 874,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de overige gronden van het beroep werden niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de uitzonderlijke situatie.