ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9801
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W.M. Giesen
- J.P. Smit
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op subsidiaire bescherming wegens onvoldoende bewijs van ernstig risico in provincie Duhok, Irak
Eiser, afkomstig uit Akre in de provincie Duhok, vroeg een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, vanwege een reëel risico op ernstige schade door willekeurig geweld in een gewapend conflict. Na afwijzing van zijn aanvraag door verweerder, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de situatie in Duhok zodanig onveilig was dat eiser recht had op subsidiaire bescherming. Eiser stelde dat het conflict in Noord-Irak, met aanwezigheid van PKK en islamitische terreurorganisaties, een reëel risico voor hem vormde. Verweerder stelde dat de situatie in de KRG-gebieden relatief stabiel was en dat eiser geen bewijs had geleverd van een uitzonderlijk risico.
De rechtbank nam de door eiser overgelegde stukken mee, waaronder ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken en rapporten van internationale organisaties. Deze toonden aan dat de veiligheidssituatie in Duhok relatief stabiel was en niet voldeed aan de hoge drempel van artikel 15 lid 1 aanhef Pro en onder c van de Definitierichtlijn.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij louter door zijn aanwezigheid in Duhok een reëel risico liep op ernstige schade door willekeurig geweld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade door willekeurig geweld in de provincie Duhok.