ECLI:NL:RVS:2008:BC8681
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Relevantie van binnenlands gewapend conflict voor subsidieregeling asiel in zaak uit Democratische Republiek Congo
De vreemdeling, afkomstig uit Kinshasa in de Democratische Republiek Congo, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Justitie werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn relevant was vanwege willekeurig geweld in de DRC.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat deze bepaling slechts relevant is indien de schade van de vreemdeling verband houdt met een binnenlands gewapend conflict in het deel van het land waar zij vandaan komt. De vreemdeling had onvoldoende aangetoond dat in Kinshasa op het moment van het besluit sprake was van een dergelijk conflict of gevolgen daarvan.
Verder werden andere aangevoerde omstandigheden, zoals de zogenoemde pardonregeling, verslechterde veiligheidssituatie en persoonlijke omstandigheden, niet als nieuw gebleken feiten of relevante wijzigingen van het recht aangemerkt. Daarom kon het besluit van 11 januari 2007 niet inhoudelijk door de bestuursrechter worden getoetst.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.