ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9900
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing 30%-regeling op ontslagvergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
Eiser was algemeen directeur bij een vennootschap en kreeg bij beëindiging van zijn dienstverband in april 2008 een ontslagvergoeding van €325.000 bruto uitgekeerd. De werkgever hield hierover loonheffing in zonder toepassing van de 30%-regeling. Eiser maakte bezwaar tegen deze inhouding en stelde beroep in bij de rechtbank.
De kern van het geschil was of de vergoeding als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking kon worden aangemerkt, zodat de 30%-regeling daarop van toepassing zou zijn. De rechtbank stelde vast dat de vergoeding een ontslaguitkering betreft, bedoeld ter compensatie van toekomstige inkomensderving, en niet direct verband houdt met de verrichte arbeid.
De arbeidsovereenkomst bevatte een bepaling dat de vergoeding nooit meer zou bedragen dan het salaris dat eiser tot pensioengerechtigde leeftijd zou hebben ontvangen, wat het karakter van een ontslagvergoeding bevestigt. Eiser kon niet aannemelijk maken dat de vergoeding loon uit tegenwoordige dienstbetrekking was.
Daarom wees de rechtbank het beroep af en verklaarde het ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat ontslagvergoedingen niet onder de 30%-regeling vallen als zij niet als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking worden gekwalificeerd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van toepassing van de 30%-regeling op de ontslagvergoeding wordt ongegrond verklaard.