ECLI:NL:HR:2008:BB3438
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over toepassing 30%-regeling loonbelasting
Belanghebbende, een BV, had loonbelasting en premie volksverzekeringen afgedragen over een compensatie aan een voormalige werknemer, A, zonder rekening te houden met de 30%-regeling. De Inspecteur wees het bezwaar af, maar het hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de Inspecteursuitspraak.
De Minister stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, en belanghebbende stelde incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad verklaarde het incidentele beroep ongegrond, het principale beroep gegrond, vernietigde het hofarrest behoudens het griffierecht en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam.
De kern van het geschil betrof de vraag of de grondslag voor de 30%-regeling de som van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en de vergoeding voor extraterritoriale kosten mag zijn, zoals bepaald in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, of alleen het loon in de zin van artikel 10, lid 1, van de Wet op de loonbelasting 1964.
De Hoge Raad oordeelde dat de delegatiebevoegdheid niet was overschreden door de beperking van de grondslag tot loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en dat het hof ten onrechte tot het tegendeel was gekomen. Omdat niet duidelijk was hoe de compensatie was opgebouwd, verwees de Hoge Raad de zaak voor nader onderzoek terug.
De Hoge Raad sprak geen veroordeling in proceskosten uit en liet de vergoeding van proceskosten aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de compensatiegrondslag.