ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1744
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming voorlopig getuigenverhoor in Chipshol-zaken wegens vermoedens belangenverstrengeling rechter
In deze zaak verzochten Chipshol en aanverwante vennootschappen een voorlopig getuigenverhoor om vermoedens van belangenverstrengeling en partijdigheid van mr. C, een ex-rechter, te onderzoeken. Zij vermoeden dat mr. C zich bij de behandeling van civiele procedures rond de zeggenschap over gronden nabij Schiphol heeft laten leiden door de belangen van de wederpartij, de minderheidsaandeelhouders.
De rechtbank stelde dat een voorlopig getuigenverhoor bedoeld is om meer duidelijkheid te verkrijgen over feiten die relevant zijn voor een geschil en om te beoordelen of een procedure zinvol is. De rechtbank oordeelde dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat een vordering van verzoekers tegen de Staat kans van slagen heeft, mede omdat de vordering niet alleen ziet op het vonnis van 3 mei 1996 maar op het vermeend onrechtmatige optreden van mr. C.
De Staat had verweer gevoerd dat de vordering verjaard is en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen een procedure op grond van onrechtmatige rechtspraak uitsluit. De rechtbank verwierp dit verweer omdat niet duidelijk is wanneer verzoekers op de hoogte zijn geraakt van het vermeende onrechtmatige handelen.
De rechtbank besloot het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe te wijzen en benoemde een rechter-commissaris die de verhoren zal leiden. Tevens werd een regiezitting gepland om de procedure rond de verhoren te organiseren.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen om vermoedens van belangenverstrengeling en partijdigheid van een ex-rechter te onderzoeken.