ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1990
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd wegens ontbreken identiteitsdocument en ongeloofwaardig relaas
Eiseres, van Burundese nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van het categoriale beschermingsbeleid, dat per 19 juni 2006 werd beëindigd. Zij verzocht om verlenging voor onbepaalde tijd, maar de aanvraag werd afgewezen omdat zij geen identiteitsdocument kon overleggen dat haar identiteit kon bevestigen. Het paspoort dat zij overlegde stond op een andere naam en werd niet als bewijs geaccepteerd.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een identiteitsdocument toerekenbaar was aan eiseres en dat het relaas van eiseres onvoldoende positieve overtuigingskracht had. De rechtbank achtte het ongeloofwaardig dat eiseres ondanks bedreigingen bij een verzorger bleef wonen en vond haar verklaringen over bedreigingen en huwelijksdwang onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op verhoogde risico’s vanwege haar gemengde afkomst en vrouw-zijn werd niet gevolgd.
Verder concludeerde de rechtbank dat de situatie in Burundi niet uitzonderlijk genoeg was om bescherming op grond van artikel 15c van de Definitierichtlijn te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt afgewezen.