ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1999
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Ranov wegens onjuiste uitleg contra-indicatie identiteit vreemdeling
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet ontvangen van een aanbod voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (Ranov). Verweerder stelde dat eiser niet in aanmerking komt vanwege het gebruik van onjuiste identiteiten in meerdere procedures, wat een contra-indicatie vormt volgens het beleid WBV 2007/11.
De rechtbank oordeelt dat hoewel in één procedure in rechte is vastgesteld dat eiser een onjuiste identiteit gebruikte, dit niet geldt voor de asielprocedure. In die procedure is niet in rechte vastgesteld dat de identiteit onjuist was, ondanks dat het overgelegde paspoort dit later aantoonde. De rechtbank volgt de uitleg van het beleid dat in meerdere procedures in rechte moet zijn vastgesteld dat onjuiste identiteiten zijn gebruikt.
Verder constateert de rechtbank dat het bezwaar ontvankelijk is en dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt vergoed. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.