ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing opvang wegens rechtmatig verblijf na schorsing ongewenstverklaring
Eiser werd op 5 februari 2008 ongewenst verklaard en zijn aanvraag tot opvang werd op 8 augustus 2008 afgewezen door verweerder. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De voorzieningenrechter had op 27 mei 2008 een voorlopige voorziening getroffen die het besluit tot ongewenstverklaring schorste, waardoor eiser op 8 augustus 2008 rechtmatig verblijf had.
Verweerder stelde dat deze schorsing niet rechtsgeldig was, maar de rechtbank volgde dit niet. De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat schorsing van een besluit tot ongewenstverklaring mogelijk is en het rechtsgevolg van artikel 67 lid 3 Vw Pro 2000 tijdelijk opschort.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onrechtmatig was omdat verweerder ten onrechte aannam dat eiser geen rechtmatig verblijf had. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Omdat partijen zich niet uitlieten over het recht op verstrekkingen, werd het geschil niet finaal beslecht en moet verweerder een nieuwe beslissing nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van opvang wordt vernietigd wegens rechtmatig verblijf van eiser op datum besluit.