ECLI:NL:RVS:2005:AT0655
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsuitspraak wegens schending goede procesorde bij ongewenstverklaring vreemdeling
Appellant, de minister, verklaarde een vreemdeling ongewenst en deze maakte bezwaar tegen het besluit. De voorzieningenrechter schorst het besluit bij wijze van voorlopige voorziening, waardoor de vreemdeling rechtmatig verblijf kreeg. De minister stelde hoger beroep in tegen deze schorsing.
De Raad van State oordeelt dat hoger beroep tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter in principe niet mogelijk is, tenzij sprake is van ernstige schending van de goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. De voorzieningenrechter had het verzoek van de vreemdeling gewijzigd en toegewezen zonder de minister hierover te informeren of hem in de gelegenheid te stellen zich uit te laten, wat een ernstige schending van het hoor en wederhoor oplevert.
De Afdeling bestuursrechtspraak neemt daarom kennis van het hoger beroep, verklaart het gegrond en vernietigt de uitspraak voor zover deze de schorsing van het besluit tot ongewenstverklaring betreft. De minister wordt hiermee in zijn procespositie hersteld. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de schorsingsuitspraak van de voorzieningenrechter wegens ernstige schending van de goede procesorde.