ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2380
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.B. Raaphorst
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen ongewenstverklaring en opheffing bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser, gehuwd met een Nederlandse vrouw die vrij naar België kan reizen, werd ongewenstverklaard en in bewaring gesteld in Nederland. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat hij gebruik kon maken van zijn afgeleide EU-recht op vrij verkeer van personen, omdat hij een geldig paspoort bezit en daadwerkelijk naar België zal vertrekken om daar bij familie te verblijven.
De rechtbank heeft het beroep behandeld in zittingen op 12 en 19 maart 2010. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende concreet heeft gemaakt dat hij met zijn echtgenote naar Antwerpen zal vertrekken en daar zal verblijven totdat hij geschikte huisvesting heeft gevonden. Daarmee is voldaan aan artikel 59, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat vereist dat de vreemdeling het voornemen en de gelegenheid heeft om onmiddellijk Nederland te verlaten.
De rechtbank nam tevens in aanmerking dat de ongewenstverklaring in Nederland niet automatisch betekent dat België de toegang zal weigeren op grond van openbare orde. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring van eiser onmiddellijk opgeheven en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1748,- voor de door eiser gemaakte redelijke kosten van rechtsbijstand.
Deze uitspraak bevestigt dat het afgeleide EU-recht op vrij verkeer van personen bescherming kan bieden tegen ongewenstverklaring indien de vreemdeling concreet kan aantonen dat hij het land zal verlaten en toegang heeft tot een ander EU-land.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring van eiser wordt onmiddellijk opgeheven.