ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2007 gegrond wegens nieuw feit zonder ambtelijk verzuim
Eiseres, een houdstermaatschappij, heeft tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2007 beroep ingesteld. De belastingdienst had aanvankelijk een definitieve aanslag opgelegd op basis van de oorspronkelijk ingediende aangifte, maar na ontvangst van een aanvullende aangifte een navorderingsaanslag opgelegd.
De kern van het geschil betrof de vraag of de navordering gegrond was, in het bijzonder of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en of de belastingdienst ambtelijk verzuim had gepleegd door niet tijdig rekening te houden met de aanvullende aangifte. Eiseres stelde dat de belastingdienst bij het opleggen van de eerste aanslag gerede twijfel had moeten hebben en daarom nader onderzoek had moeten instellen.
De rechtbank oordeelde dat de belastingdienst redelijkerwijs nog geen kennis kon hebben van de aanvullende aangifte op het moment van de primitieve aanslag en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een nader onderzoek verplichtten. Het verzoek om uitstel en het feit dat de aangifte was gebaseerd op gegevens van het voorgaande jaar vormden geen aanleiding tot twijfel. Er was geen ambtelijk verzuim.
Daarmee vormde de aanvullende aangifte een nieuw feit waarop de navordering gebaseerd kon worden. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, omdat het beroep niet kennelijk onredelijk was.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2007 is terecht opgelegd op grond van een nieuw feit zonder ambtelijk verzuim.